LANGGEDICHTEN

Naarmate de schrijfjaren elkaar opvolgen beginnen beelden zich te verlengen tot langgdichten, ‘alsof een spiraal van beelden en emoties zich om en om ontwikkelt, zich beweegt van laag tot laag, me ruimte geeft om nog verfijnder om te gaan met dingen die gebeuren, die me ontmoeten, me uitnodigen om even onderweg te zijn - van stilstaand fot-beeld en observeren naar meer mee-gaan-leven – filmisch’

Helemaal languit geschreven vormen ze verhaal, soms delen van een boek, uiteindelijk tot vloeiend proza (zie ook de rubriek poëtisch proza). In kortere, versneden versie, schetsgetekend worden het mijn langgedichten; eerst nog staande op zichzelf, vanaf 2003 meer kleurgegeven, ruimte, perspectief via creaties i.s.m. andere kunstenaars op verscheidene tentoonstellingen (zie ook de rubriek tentoonstellingen)

Eén van die vloeiende gedachtenstromen is het eerste geschreven langgedicht (2000)

 

 


'De Man'

Kom je
mee naar boven

vraagt ze

De lange gang
veel koeler dan de dijk daareven
klinkt beheerst wanneer hun voeten in
de richting van de trap bewegen –

Warmte van de zon ligt
op hun huid

haar kuiten
stap voor stap
de hielen zand geschuurd
gewreven
voor zich uit

Hij glimlacht

volgt
de treden

Glaasje wijn?

Ze raken even in het licht van
glas en vensterraam
beneveld

praten
zwijgend

weten

Schemering

haar heupen fijn gebogen
in het tegenlicht van lage stralen
avondlicht

de zee verdwijnt
in kleuren paars en helder
blauw

omkranst met
vuur
van rood
en
diepe aarde

stil

ze wacht op
adem

luistert naar zijn
hunkering

en lacht
verlegen

schroom

haar schouders laag
gelaten

open voor
vertedering en

warme handen
die met vingers van verliefd
satijn haar zijde

raken

ongebonden fijn
haar
kleedje losser mogen
maken

blauw
op zachte huid
van bruin

verzacht gekleurd

ze snakt
van binnenin naar
lieve adem…

Ze laat zijn hand
betijen

vrijen in de luwte van
haar grijze haren

voelen

hoe haar hals zich
geeft

haar
schouders
warmte halen uit
zijn hart dat
raakt wanneer hij dichter
aan haar lichaam
reikt

haar ganse rug
benadert

- wachten -


aarzelt
hoe de avond
overvalt in
snel
verward

gedachten in
de tijd van later

aarzelt weer en

lief
geholpen

in een duidelijk
gebaar van
lijnen
geeft ze hem

houvast

ze laat zich
leiden

leert zich laten
glijden

laag
van vlak tot
vlak in laken vol met
slopen

dichter

bolleboos
als kinderen
heel
dicht en
lief bijeen gekropen

luisteren naar
wind
gedroomd van buiten
aan de dijk

Het raam staat
open

ruisen

ver geluid van
tijden

mijmeren

Ze
spant zich
in een boog van
verder

weg
en


Langs de plooien van haar
zachte huid en
warme
vel
verschuift ze
meer
vooruit haar kleine
buik

haar naakte
zijde

duwt zich in de ruimte

huivert

blijft alleen
en

weet
heel even hoe ze
hem verleidt
tot

reiken
aan haar zachte
dijen

voelen van de
golven
die
ze

lange tijd
gemeden heeft

van spijt


Hij kent haar
lichaam
uit de tijd van
levens

lang

verborgen in
de lagen van

verboden

houden van

De pijn
verdwijnt in

luisteren
in voelen van

in
weten

Ze geeft zich vrij om
boven op
haar huid zijn hand te

raken

leidt hem in
de dans
en

als ze samen
in een nieuwe gloed vol
romig vuur en
dicht
geborgen

prevelen in zinnen
van genoegen

wacht

dan
weet ze
zacht hoe veilig hij
zijn hand
beroert
in ’t glijden van
haar dijen

huilt ze

voedt hem

voert de man als
dronken van genoegen
houdt van hem
en huivert

stuitert
in de golven van
ontroering
die
in ’t diepste
van haar
bui
k

haar liezen
hoger
dan

haar meisjes
hart

haar vrouw

haar
ziel beroeren

hoog en
zachter

broos

gevoelig

stil

Ze luistert naar
zijn adem

heet van
voelen

fluistert
met haar zoute
lippen in de aders van
zijn handen
op haar arm

Dag lieve man

bedankt

ik geef je
tijd

tot later